//here
Toon/Verberg

Jeroen was duidelijk geïnteresseerd in de blaadjes van Schakend Nederland, hij volgde alle artikeltjes over wat dan ook. Plotseling kwam hij erachter dat er ook nog zoiets bestond als openingtheorie, strategische plannen in het middenspel en techniek in het eindspel. Natuurlijk vond hij de combinaties het meest interessant, maar Jeroen begreep nog niet hoe je dat kon samenvatten in een theorie of techniek ervoor kon ontwikkelen. Daarom ging hij op zoek naar schaakboeken, hij kreeg van Sinterklaas een boek over de WK-match van 1985 tussen Karpov en Kasparov, en Jeroen had al een hele tijd door dat het schaken niet afhangt van zomaar toevallig een leuke zet zien, maar de analyses van de partijen maakten diepe indruk op hem.

Nu zou je denken dat de twee K's zijn idolen zouden zijn maar dat is helemaal niet zo, hij bewondert iedere wereldkampioen en ook hun uitdagers. Ook andere meesters vindt Jeroen interessant, zoals bijvoorbeeld Nimzowitsch, Rubinstein en Tartakower.

Met Kerstmis 1986 wordt Jeroen door Nico Schellekens uitgenodigd om samen een partij te spelen tegen de schaakcomputer Challenger 7, die hij had mogen lenen van zijn broer Jan uit Waspik. Het werd een partijtje Huis-, Tuin- en Keukenschaak want Nico bepaalde welke zet er werd gespeeld, hij kreeg zelfs nog van zijn zoon Nico jr. kritiek. Na de zetten 1.d4 Pf6 2.Pf3 d5 3.Pc3 Lf5 4.Lf4 Pc6 5.e3 e6 6.Lb5 Ld6 7.Lg5 zei Nico sr. dat ze de computer nu helemaal klem hebben gezet, daarmee duidde hij op de witte Lopers. Een tijdje later speelde de Challenger Kg8-h8 en Nico sr. noemde dat een niets betekenend tussenzetje en afwachtend. Toch won Challenger een pion en even later werd wit ook nog mat gezet. Jeroen was toch onder de indruk van het apparaat dat kon schaken.

Jeroen nam ook veel partijen over van NOS-teletekst. Zo ontdekte hij in het voorjaar van 1987 ook een partij stemschaak tussen gebruikers van teletekst met wit en met zwart de schaakcomputer Mephisto Amsterdam: 1.d4 d5 2.c4 Pc6 3.Pf3 Lg4 4.cd5 Lxf3 5.gf3 Dxd5 6.e3 e6 7.Pc3 Dd7. Een schaakcomputer kan geen goed plan verzinnen en een groep mensen die stemmen voor de beste zet kunnen dat al helemaal niet. Toch stond wit een hele tijd beter, maar ongeveer bij de 20e zet nam Mephisto het initiatief over en op de 26e zet verliest wit een Loper omdat deze werd aangevallen door een pion en verder helemaal stond ingesloten. Toch heeft deze partij veel indruk gemaakt op Jeroen.

Jeroen zit een partij te bestuderen die hij van NOS-teletekst heeft geplukt. (zie afbeelding) Doch het huiselijke jonge katertje van een half jaar oud wilde aandacht trekken, Jeroen moest moeite doen om langs het katertje heen op zijn schaakbordje te kijken en kreeg toen bijna een kusje. Vader Toontje commandeerde: ,,Jo, Jo, foto!" Het katertje ging pas weg toen Jeroen een bakkie koffie ging halen. Toontje van Gool moest in het verleden nooit wat van katten hebben, maar dit katertje kon echt helemaal niets verkeerd doen bij hem. Enkele weken later klom het zelfde katertje op de stoel aan de overkant, terwijl Jeroen een gewoon schaakbord op tafel had staan in de beginstelling. Het katertje kwam met zijn ondeugende kopje net boven de tafel uit en probeerde te graaien naar een Toren, even later rolde een hele hoop stukken het bord over, en weg was het katertje, zo was hij geschrokken. Jeroen kon er wel mee lachen, maar zijn vader foeterde: ,,Ja dé's uw eigen schuld verrekte gek, dan motte mar boven gaon zitte!"

volgende keer hoofdstuk 3: Jeroen gaat bij een schaakclub spelen.