//here
Toon/Verberg

In november 1988 gaat Jeroen voor de 2e keer meedoen aan het kampioenschap van de gemeente Loon op Zand. Jeroen had aangegeven te willen spelen in de A-groep aangezien dat hij zich al te sterk voelt voor het overgrote deel aan huisschakers wat in de B-groep speelt, toch word hij ingedeeld in de B-groep en hij denkt bij zichzelf: ,,Wie niet horen wil moet maar voelen." Het is meteen de 1e ronde al raak, Jeroen speelt voor het eerst in zijn nog korte carriére tegen de enige dame, Hanneke Nieuwkoop. Hij komt betrekkelijk snel gewonnen te staan, maar Hanneke speelt nog betrekkelijk lang door. Jeroen wint en een week daarna vraagt Paul van Schijndel, wat Jeroen tegen dat vrouwtje had gezegd. Jeroen zei dat hij haar prettige partij had gewenst en na de partij nog had geanalyseerd met haar. Maar er werd hem verteld dat ze de andere 6 rondes niet meer zou komen, ze voelde zich geweldig opgelaten tussen al die mannen. Jeroen won verder alle partijen, in de laatste ronde mei '89 tegen de sterke jeugdschaker Ferry Honkoop had hij aan remise genoeg om kampioen te worden. Ferry speelde de Spaanse ruilvariant, 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.Lxc6 dc6 5.Pxe5 Dd4 en Jeroen met zwart won na 21 zetten en kon nog een halve avond na genieten. De geweldige bokaal die hij laat op de avond kreeg prijkt nog steeds tussen alle andere kampioens-prijzen, die hij voornamelijk met biljarten heeft gewonnen.

Bruin caféDoor zijn meespelen in het zaterdagteam van Schaakmat werd Jeroen lid van de KNSB, daarom kreeg hij ook het bondsblad Schakend Nederland thuis gestuurd. Jeroen zocht de hele kalender af naar interessante schaaktoernooien. Ook zag hij advertenties van Van Stockum, Belinfante & Coebergh Boekverkopers uit Den Haag en Jeroen vroeg daarom een folder aan van de schaakafdeling. Jeroen bestelde regelmatig enkele schaakboeken en die werden meestal op zaterdagmorgen per post bezorgd en door zijn vader ontvangen.

Enkele keren ging Jeroen met zijn eigen auto op zaterdag naar de Heerengracht in Den Haag en natuurlijk niet om zomaar een schaakboek te kopen, als hij zou kunnen wilde hij de halve schaakafdeling leeg kopen, er was keus genoeg en dat maakte de keus erg moeilijk. Eén keer ging Jeroen met de trein naar Den Haag want de Heerenggracht lag niet zo ver van het Centraal Station, in de trein terug ging hij zijn nieuwe aanwinsten zitten bestuderen en Jeroen had net op tijd in de gaten dat hij alweer terug in Tilburg was, zo ook in de bus naar Kaatsheuvel.

De ReeIn het seizoen '87-'88 gaat de sv. Schaakmat ook weer in de externe competitie op zaterdag spelen, en wel in de 4e klasse NBSB. De eerste wedstrijd moesten ze in Breda meteen al tegen de latere kampioen, Baronie 6. Echter ook meteen al, zelfs bij voorbaat stond Schaakmat met 2-0 achter omdat 2 medespelers niet kwamen opdagen, met Hans v/d Velden hadden ze dat al meer meegemaakt. Jeroen speelde aan bord 7 met wit tegen de sterke jeugdspeler Johan Borst en kreeg de variant 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 tegen en Jeroen wist toen nog niet hoe hij dat moest aanpakken, verbruikte veel bedenktijd en verloor uiteraard. Jeroen had al veel bestudeerd aan openingen, maar deze nog niet.

Jeroen kijkt toe bij de A-categorieIn april 1987 neemt Jeroen eindelijk het besluit om bij zijn vroegere club Schaakmat in Kaatsheuvel te gaan spelen. Jeroen krijgt na zijn partij tegen zijn eerste tegenstander Mari van Boxtel meteen al een complimentje dat hij rustig speelt, niet met de snelheid waarmee enkele andere leden hun partij aframmelen. Zo weet Jeroen één van die snelschakers Michel Gompelman meteen al van het bord te schuiven.

Jeroen was duidelijk geïnteresseerd in de blaadjes van Schakend Nederland, hij volgde alle artikeltjes over wat dan ook. Plotseling kwam hij erachter dat er ook nog zoiets bestond als openingtheorie, strategische plannen in het middenspel en techniek in het eindspel. Natuurlijk vond hij de combinaties het meest interessant, maar Jeroen begreep nog niet hoe je dat kon samenvatten in een theorie of techniek ervoor kon ontwikkelen. Daarom ging hij op zoek naar schaakboeken, hij kreeg van Sinterklaas een boek over de WK-match van 1985 tussen Karpov en Kasparov, en Jeroen had al een hele tijd door dat het schaken niet afhangt van zomaar toevallig een leuke zet zien, maar de analyses van de partijen maakten diepe indruk op hem.

Jeroen stamde dus bepaald niet af van een schakersfamilie zoals bijvoorbeeld de fam.Haast, fam.Van de Burght, fam.Van Foreest, fam.Fiora of fam.Schonis. Jeroen komt uit een voetbalfamilie, zijn vader Toontje van Gool heeft van 1949 op 15-jarige leeftijd t/m 1961 in het eerste van DESK in Kaatsheuvel gespeeld. In 1954 werd Toontje genomineerd voor selectiewedstrijden om betaald voetbal te gaan spelen bij NOAD in Tilburg. Helaas was Toontje geblesseerd. In 1961 stopte Toontje bij het eerste omdat Jeroentje op komst was, hij had geen tijd meer voor de training door zijn lust voor overwerk. Toch werd hij nog regelmatig opgeroepen om in het eerste te spelen. Overigens werd Jeroentje geboren op 26 maart 1962.

De 2e partij Philippe - Jeroen (vriendschappelijk correspondentie) is artikel 1472, schrijf ik ook voor eigen onderhoud maar op.

http://www.dscdongen.nl/partijen/141-experiment-correspondentieschaak/1472-philippe-jeroen-vriendschappelijk-correspondentieschaak-partij-2

Dit jubileumboek wordt geschreven naar aanleiding van dat Jeroen van Gool in het jaar 2022 in 33 jaar tijd 1000 partijen correspondentieschaak gespeeld zal hebben. Jeroen heeft tijdens deze periode al heel wat beleefd, wat hij in het bordschaak, maar ook in elke andere tak van sport nooit zou kunnen beleven. Maar om tot zo'n correspondentieschaker te komen moet je toch wel een beetje affiniteit hebben met schaak. Je kunt niet zomaar een sterk schaakprogramma aanschaffen en bij jezelf denken: ,,En nu ga ik eens effe Nederlands kampioen correspondentieschaak worden!" Laat staan wereldkampioen. Vandaar, we gaan eerst even toelichten hoe Jeroen aan het correspondentieschaken is gekomen, maar om te beginnen ook hoe hij aan schaken in het algemeen is gekomen.

https://www.amazon.co.uk/100-Endgames-You-Must-Know/dp/9056916173/ref=sr_1_1?crid=3OK9BZKC2WB9X&keywords=100+endgames+you+must+know&qid=1552657553&s=gateway&sprefix=the+100+endgame%2Caps%2C150&sr=8-1

Eeuwenlang is het een probleem geweest voor clubspelers: 'Wat is een geschikt eindspelboek?'- 'Heb jij een begrijpelijk en compact boek over toreneindspelen?' - het antwoord was veelal 'nee'. Averbakh moeilijk verkrijgbaar, 'Endgame Manual' van Dvoretsky te moeilijk (voor vanaf 2200), maar dit boek is onder de 20 euro en bevat alles wat we moeten weten tot 2200. 

Dan kun je de rest van de tijd teminste besteden aan stappen, of aan openingsboeken MET DE IDEEEN achter een opening. 1 Eindspelboek voldoet nu. '100 Endgames you must know'. 

Op carnavalsavond vrijdagavond 1 maart 2019 speelden we een competitiewedstrijd tegen Stukkenjagers E. Ik speelde aan bord 2 tegen Ivar v/d Heide en zoals altijd had ik er weer zin in. Ivar speelde een Caro-Kann en ik zoals al jaren de doorschuif-variant. Maar deze keer wilde ik het scherp aanpakken, niet met 4.Pf3 maar met 4.Pc3. 1.e4 c6 2.d4 d5 3.e5 Lf5 4.Pc3 e6 5.f4 {oeps, dat was eigenlijk niet mijn bedoeling, maar hoe ik hier bij ben gekomen, ik weet het niet, misschien blind door mijn fanatieke instelling, ik had voor de 5e zet ook al flink wat bedenktijd gebruikt, ik zat misschien al vooruit te rekenen in de hoofdvariant uit mijn eigen theorie of ik zat varianten door elkaar te halen.

De 2e partij Philippe - Jeroen (vriendschappelijk correspondentie) is artikel 1472, schrijf ik ook voor eigen onderhoud maar op.

http://www.dscdongen.nl/partijen/141-experiment-correspondentieschaak/1472-philippe-jeroen-vriendschappelijk-correspondentieschaak-partij-2