//here

(Philippe). 14 oktober 2019 Drie Torens, team A voor de KNSB beker tegen DSC A. Verslag van de wedstrijd volgt door Mvd Burght. Bord 4: Onderstaand kreeg wit (Philippe) Dame-Indisch tegen, wat hij nooit zo erg vindt. Zoals vaker kon wit geleidelijk ruimtelijk uitbouwen, en via een pion op e5 zwart in de verdrukking zetten. Na verzwakking van de witte velden door Lg2-Lb7 ruil moest Wit uitkijken voor een tegenaanval, maar de toren op e6 hield de zwarte Dc8 ervan af. Afwikkeling naar een enkeltoreneindspel, waarin een snelle winst mogelijk was. 

(Philippe): Wit opende b4, en zwart zette er een ambitieuze centrumaanpak tegenover. Echter met een foutje: pionwinst voor wit na 6. c4-c5. Daarna was het plan voor zwart simpel: maximaal ontwikkelen stukken, en die richten op de witte pionnensphalanx waarachter de witte koning staat. Tot en met zet 15 stond wit nog op +2, tot zet 18 gelijk, en daarna kreeg zwart de overhand. Wit had op diverse manieren anders kunnen verdedigen, lang rokeren. Maar toen dat te laat was was de zwarte slotaanval fraai. 

Nadat de Philidor (Maarten vd B - Joost Sips, Maarten vd B - Ivo) klop had gekregen kiest zwart=Ivo voor het Siciliaans. Stijn komt een heel eind, zie zet 14, waarbij doorslaan op f6 +1 had opgeleverd. Daarna wordt de stelling mooi en spannend, maar heeft zwart wel het betere van het spel. Met 23. Pb5 ging het witte paard dwalen (wat ook tijd kostte) en 24. bxa4 was 'zelfmoord' in de zin van vrijwillig openen eigen koningsvleugel en a2 en a4 zwak laten worden Zwart moest het wel precies vinden (zie 28. Txg7!!)! Maar dat lukte.

PHILIPPE: Caro-Kann is onder zwartspelers zeer populair bij DSC, en zeggen dat het voor zwart tot een inferieure stelling leidt komt de criticus te staan op een 'Bewijs het maar eens'. Engines geven wit al snel +0,7. Ook in deze partij. Zwart beging een slordigheid door met 12.....Dc7 i.p.v. 0-0 13. Pf5 toe te staan, waarna wit het loperpaar heeft en zwart het paardenpaar. Dan is het stellingsoordeel al verdubbeld tot +1,4, en is er in hogere zin geen houden meer aan. Wit neemt steeds meer terrein in. en omdat de witte stukken mobieler zijn (wit heeft meer ruimte om zijn torens achter te bewegen, en ook de lopers zijn mobieler) leidt dat al snel tot winstvarianten voor wit. Met 27. f5 verzuimde wit een lange maar winnende koningsaanval met 27. fxg5 en h4. Dit had zwart kunnen voorkomen met 26....Pg6 (pionoffer e6, maar ja....), waarna wit langer had moeten laveren - wel met voordeel +2,5 (inclusief pion e6 voordeel) . Omdat zwart op 27. f5 echter verkeerd reageerde (dus zowel zet 26 als 27 van zwart waren verkeerd, 26...Pb6 ipv Pg6 en 27....Pd5 ipv Df7) kwam wit er nu doorheen, voordeel +3 en 'de rest is een kwestie van techniek'. Die had Jan Pieter in huis. Wit haalde een nauwkeurigheidspercentage van 48%, wat redelijk goed is op een clubavond (in de andere partij die online staat: Maarten De Kloe - Philippe Blankert haalde laatste met zwart 46% nauwkeurigheid Komodo 13). Troost voor zwarte Caro-Kann spelers: er zijn ook heel leuke andere openingen met zwart, 1....e5 (valt op latere leeftijd nog aan te leren, weet ik uit eigen ervaring) en 1....c5 bijvoorbeeld.

 


Maarten van der Burght (wit) analyseert zijn partij tegen Joost Sips:

Op 27 september mocht ondergetekende tegen Joost Sips. Door de aanvoer van D4-leden op de vrijdag komen er ook weer nieuwe varianten op het bord en dat is altijd erg leerzaam: zo ook tegen Joost.

De eerste zetten waren: e4, e5, Pf3, d6, d4 en De7.

Tot zover de theorie van wit. Natuurlijk ga ik hem nog in mijn Fritz gooien om te kijken wat al de inn’s en outs zijn van deze opening, maar dat ga ik hier niet verklappen: dat zou geen recht doen aan deze opening van Joost.

Philippe: allereerst lof voor het soort spelers als Maarten de Kloe: zij brengen rijkdom en avontuur in het spel, meer dan 'methodespelers' (die een vaste opstelling kiezen bijna onafhankelijk van de tegenstander). En lof voor Maarten dat hij nu wel goed zijn tijd verbruikte. In de reeks van Maarten-Philippe partijen in de Evans probeerde Maarten iets nieuws, 8. Pxd4, wat echter -1 oplevert. Wits vervolg was goed, maar bij een -1 stand en goed spel van zwart keert het tij oververmijdelijk ten gunste van zwart. Onderstaande analyse door Komodo 13.

Nieuwe interne spelers van D4 bij DSC brengen nieuw spel met zich mee. Zwart (Philippe) had deze opening zelden tegen zich gehad, stak veel tijd in een degelijke opstelling om een koningsaanval met Pe5 en Ld3 van wit te voorkomen. Wit speelde echter voor de hand liggende zetten en liet ruilen toe, en verbruikte niet veel tijd: 31 minuut verbruikt en nog 59 minuut over bij de 40ezet! Zwart echter nog maar 20 seconden bij 40e zet. Zie de opstelling/diagram na zet 38 van zwart: oordeel 0,00, stelling voorkomen gelijk. 'Wilde wit zwart door de klok gaan jagen?' schoot in zwart's hoofd. (na 38 zetten):



Anyway, wit (Joost Sips) ging tientallen minuten gebruiken om de rest van het paardeneindspel te winnen. Tijd voor notatie ontbrak bij zwart, en bij wit was die niet helemaal leesbaar, zodat het volgen na ca. 46 zetten ophoudt. Wit liet toe dat de zwarte koning vias c4 de witte damevleugel opvrat en zwart 1 b-pion=1 vrijpion daaraan overhield, en wit veroverde de hele zwarte koningsvleugel (3 pionnen). Het witte paard offerte zich voor de zwarte b-vrijpion, en wit met koning en 3 pionnen op de koningsvleugel won tegen het zwarte paard en de nog net niet op tijd gekomen zwarte koning.

Achteraf gezien was het aanbod van wit om zwart op c4 binnen te laten een 'valstrik', waar lang over nagedacht was. Teleurgesteld merkte zwart na de partij op: 'Stellingen zoals op de 38e zet worden hier normaal remise gegeven....niemand die nog doorgaat om het paardeindspel met tijd te winnen. De strijd was gestreden'. Maar voor wit dus niet, wellicht houdt wit juist van veel tijd overhouden voor het diepe eindspel om juist dat te winnen. Zwart ontbrak het aan tijd om dieper over het eindspel na te denken, en trapte in de valstrik van over veld c4 naar wits damevleugelpionnen lopen. 

Noteboom-variant, altijd interessant in het damegambiet. Zwart verwisselt twee theoriezetten en wit breekt mooi door met 9. d5! Wit staat dan +1, maar laat langzaam het voordeel slippen (commentaar Philippe Blankert). Verdere analyse en commentaar door winnaar/zwart Jan Pieter de Vries zelf.

Het is vervelend om te zeggen, maar deze partij bevat vrij veel lessen voor het zwarte damegambiet, 'waar het over gaat'. Zie commentaar na de zetten. De belangrijkste boodschap is wellicht: het gaat in het zwarte damegambiet om de bevrijding van Lc8. Zie de slotstelling - hier is het er niet van gekomen. 

Toon/Verberg