Bondsconflict

In 1937 komt er een kink in de provinciale schaakkabel. een aantal verenigingen, waardoor DSC, keert de NBSB de rug toe. Daar is al het een en ander aan vooraf gegaan.

De Brabantse Schaakbond komt reeds eind twintiger, begin dertiger jaren met de KNSB in conflict over ... natuurlijk de centen. Als Noord-Brabant in 1934 weigert de verhoging van de contributieafdracht te betalen draait het op een schorsing uit. De NBSB gaat onafhankelijk van de landelijke organisatie verder. Vandaar ook voor het eerst in het seizoen 34/35 geen eigen 1e klasse in onze provincie. Voor enkele grotere verengingen, met name Eindhoven en Den Bosch, is dit een onbevredigende situatie; zij zien hun contacten met sterke westelijke clubs afgesneden. In de loop der jaren wordt er heel wat afvergaderd over heraansluiting. Dat deze problematiek DSC niet koud laat, daarvan getuigt een oproep uit 1935 voor een algemene ledenvergadering, te houden in café 't Hoekske, geheel gewijd aan "wedertoetreding tot de Nederlandse Schaakbond." Niemand is bereid in de moeilijke crisisjaren een financiële veer te laten. De slager die het pal naast het schaakartikeltje nog probeert met de wanhopige slagzin "Eet meer vleesch op de boterham!" zal daarvan mee kunnen praten.

Toch krijgen in 1937 de grotere hun zin. Met 13 tegen 10 stemmen besluit de NBSB terug te keren tot de schaakmoederschoot. De kleintjes zijn fel tegen onder aanvoering van "D4" en de Bredase s.v. Zij besluiten dan ook een eigen bond op te richten: het West Brabants Schaakverband. De Bredase dissidenten hebben al voor de besluitvorming, waarin zij weinig fiducie hebben, besloten zelfstandig verder te gaan. Een unicum, 3 schaakbonden in een provincie!

Natuurlijk is dit een behoorlijke klap voor het zuidelijke schaakgebeuren maar lokaal leeft de sport onverminderd voort. Al vrij gauw fuseren de Bredase bond en het West Brabants Schaakverband, en wordt een fanatieke competitiestrijd afgewikkeld. DSC blijft er met twee teams een vooraanstaande rol in spelen. Helaas zijn uitslagen en eindklassementen verloren gegaan, maar teruggevonden berichten uit 1938 die vermelden dat de Dongenaren winnen van Tilburgse Schaakclub en van de s.v. Landau uit Berda en daardoor goede kansen behouden op de 1e plaats, tonen dit aan.

Het moet in deze periode zijn dat de opkomende jeugd haar debuut maakt in het tweede team. J. Snels herinnert zich een leuke anekdote uit die tijd:

"Het tweede team van DSC was louter jongeren samengesteld die in Leur moesten schaken tegen de club van die naam. De ploeg bestond uit de spelers Gerard Leijten, Nico v.d. Berg, Theo Leijten, Jan Leijten en Janus Snels, die met de grote taxi van Bernard Eikhout naar Leur werden gebracht. Daar aangekomen bleken de vijf tegenstanders van een gemiddelde leeftijd van ruim 70 en de Dongense ploeg stond daar met korte broek en een gemiddelde leeftijd van ongeveer 14 jaar. Toen aan het laatste bord de strijd door de voorzitter van Leur, koekfabrikant Raaimakers, opgegeven moest worden, en zij de wedstrijd van de 'broekjes' met 3-2 verloren, stond hij op en maakte zich zo boos dat hij op hetzelfde moment besloot de Schaakclub Leur op te heffen."

Nog onkundig van het feit dat deze tamelijk succesvolle tijdsspanne spoedig einde zal lopen, vieren de DSC-ers in 1939 hun 3e lustrum met een groot open toernooi ofwel een "Brabantse Schaakdag." Een jaar later in mei 1940 valt definitief het doek over deze episode

Related Articles